ECLI:NL:RBDHA:2023:9674
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep bij mvv-aanvraag
Eiseres diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) die door verweerder werd afgewezen. Na bezwaar verklaarde verweerder het bezwaar ongegrond. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit. Vervolgens verleende verweerder alsnog de mvv op basis van nieuwe informatie die pas in de beroepsfase werd overgelegd, waarna het beroep werd ingetrokken met een verzoek tot proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat het verlenen van de mvv geen erkenning van de onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit inhoudt, omdat de nieuwe feiten pas in beroep zijn ingebracht en de bewijslast bij eiseres lag. Intrekking van het beroep vanwege nieuwe feiten of omstandigheden vormt geen grond voor proceskostenvergoeding volgens artikel 8:75a Awb.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb.