Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
binnen zestien wekenna de dag van verzending van deze uitspraak;
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 28 december 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder besloot niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes maanden, waarna eiser verweerder op 5 augustus 2022 in gebreke stelde. Na het uitblijven van een besluit stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk gegrond is omdat verweerder niet op tijd heeft beslist. De rechtbank legt een termijn van zestien weken op, verdeeld in twee periodes van acht weken: eerst voor het afnemen van een eerste gehoor en daarna voor het nemen van een besluit. Daarbij wordt verwezen naar het 8+8-wekenmodel dat ook door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt gehanteerd.
Hoewel sinds 11 juli 2021 een tijdelijke wet geldt die het opleggen van bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvragen voor bepaalde tijd opschort, oordeelde de rechtbank op basis van recente jurisprudentie dat deze artikelen uit de Awb toch van toepassing zijn. Daarom legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij overschrijding van de termijn.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van €418,50 toegekend vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier W. van Brakel op 7 maart 2023.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van zestien weken op voor het nemen van een besluit en verbindt een dwangsom aan overschrijding.