Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiseres V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
binnen zestien wekenna de dag van verzending van deze uitspraak;
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft op 10 maart 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes maanden een besluit genomen. Eiseres stelde verweerder op 12 september 2022 in gebreke en heeft daarna beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond. Omdat eiseres nog niet is gehoord, legt de rechtbank een beslistermijn op van zestien weken: acht weken voor het eerste gehoor en acht weken daarna voor het besluit. Dit volgt het 8+8- wekenmodel zoals vastgesteld door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank wijst ook op de toepasselijkheid van artikel 8:55d, tweede lid, en artikel 8:72, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, ondanks een tijdelijke wet die dwangsommen uitsloot. De Afdeling Bestuursrechtspraak heeft deze uitsluiting echter onverbindend verklaard, waardoor de rechtbank verweerder opdraagt een dwangsom van €100 per dag op te leggen bij overschrijding van de termijn, met een maximum van €7.500.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van proceskosten aan eiseres van €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de inschakeling van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier W. van Brakel op 24 mei 2023.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een beslistermijn van zestien weken op met een dwangsom bij overschrijding en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten.