ECLI:NL:RBDHA:2024:10020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren bewaring vreemdeling en rechtmatigheid maatregel
De staatssecretaris heeft op 25 februari 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze bewaring en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 21 juni 2024 behandeld, waarbij eiser niet is verschenen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat zij de maatregel van bewaring reeds driemaal eerder heeft getoetst en dat deze tot het sluiten van het onderzoek op 24 mei 2024 rechtmatig was. De beoordeling richt zich nu op de rechtmatigheid van de maatregel sinds dat moment.
Eiser stelde dat de maatregel onrechtmatig is omdat geen lichter middel is opgelegd, de staatssecretaris niet voortvarend werkt aan uitzetting, en er geen zicht is op uitzetting binnen afzienbare tijd. De staatssecretaris stelde dat er voldoende voortvarendheid is, met regelmatige rappels en vertrekgesprekken.
De rechtbank oordeelt dat de beroepsgronden niet slagen, de gronden de maatregel kunnen dragen en er geen omstandigheden zijn die de bewaring onevenredig bezwarend maken. De voortgangsrapportage toont voldoende voortvarendheid met rappels en vertrekgesprekken. Er is geen aanleiding te twijfelen aan het zicht op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn. Eiser verleent onvoldoende medewerking aan zijn uitzetting.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.