Eiseres, Vakgarage B.V., betwist de opgelegde naheffingsaanslag BPM over een Ford Fiesta vanwege een verschil in waardering van de handelsinkoopwaarde en stelt dat de hoorplicht is geschonden. Tevens vordert zij vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank stelt vast dat verweerder voldoende gelegenheid heeft geboden tot hoorzitting, ondanks het niet deelnemen van de gemachtigde van eiseres. De naheffingsaanslag is gebaseerd op een hogere handelsinkoopwaarde zonder waardevermindering wegens schade, omdat de taxatie van DRZ na reparaties plaatsvond en eiseres geen inkoopfactuur heeft overlegd. De rechtbank volgt verweerder hierin en wijst de stelling dat het Unierecht is geschonden af.
De procedure heeft ruim twee jaar en acht maanden geduurd, wat een overschrijding van de redelijke termijn betekent. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding van € 1.000 toe, waarvan € 875 door verweerder en € 125 door de Staat wordt betaald. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan eiseres vergoed. Het beroep wordt ongegrond verklaard.