Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM die is opgelegd vanwege een hogere handelsinkoopwaarde van een Volkswagen Golf dan door haar was opgegeven, waarbij geen waardevermindering wegens schade werd erkend. De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder voldoende gelegenheid heeft geboden voor een hoorgesprek, zodat geen schending van de hoorplicht is vastgesteld.
De rechtbank overweegt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd omdat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van waardevermindering of een huurverleden van de auto. De deskundige van de dienst Domeinen Roerende Zaken is als partijdeskundige aanvaard en het taxatierapport van eiseres is terzijde geschoven.
Verder is geoordeeld dat het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel niet verder gaat dan het bieden van de mogelijkheid tot het kenbaar maken van opmerkingen voorafgaand aan naheffing, en dat verweerder hieraan heeft voldaan. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen.
Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van ruim negen maanden kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe van in totaal € 1.000, waarvan € 889 door verweerder en € 111 door de Staat te betalen is. Daarnaast worden proceskosten en griffierecht aan eiseres vergoed. De vergoeding dient op een bankrekening op naam van eiseres te worden betaald.