ECLI:NL:RBDHA:2024:10548
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië onder Dublinverordening
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, verzocht de rechtbank om het besluit van de staatssecretaris te vernietigen waarin zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar het risico van een strijdige behandeling bij terugkeer naar Kroatië, mede op grond van het arrest van het Hof van Justitie van 29 februari 2024. Tevens stelde hij dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege onvoldoende toegang tot recht in Kroatië en dat verweerder het Bureau Medische Advisering (BMA) had moeten inschakelen vanwege zijn medische toestand.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd dat Kroatië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De medische situatie van eiser was onvoldoende onderbouwd om een BMA-advies te rechtvaardigen. Ook was er geen reden om de asielaanvraag aan zich te trekken op grond van bijzondere individuele omstandigheden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is.