ECLI:NL:RBDHA:2024:1056

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 januari 2024
Publicatiedatum
31 januari 2024
Zaaknummer
NL24.1409
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 lid 3 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting naar Tunesië

Eiser, een Tunesische vreemdeling, verbleef sinds 4 augustus 2023 in bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had eerder de rechtmatigheid van de maatregel beoordeeld en nu stond alleen de rechtmatigheid sinds 27 november 2023 ter beoordeling.

Eiser voerde aan dat hij zes maanden in bewaring zat zonder dat een laissez-passer (LP) was aangevraagd voor zijn uitzetting naar Tunesië. Contacten met de Tunesische consul en diens mededelingen aan eiser en zijn vader zouden bevestigen dat er geen LP-aanvraag voor hem liep. Verweerder overlegde een voortgangsrapport waaruit bleek dat op 11 augustus 2023 wel een LP-aanvraag was ingediend en dat er sindsdien intensief contact was met de Tunesische autoriteiten.

De rechtbank oordeelde dat eiser zijn stellingen onvoldoende onderbouwde en dat het voortgangsrapport en de contacten met Tunesië het tegendeel aannemelijk maakten. Bovendien werkte eiser niet volledig mee aan zijn uitzetting, omdat hij verklaarde niet terug te willen keren. De rechtbank vond het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.1409

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. S. Benayad),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Verweerder heeft op 4 augustus 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 22 januari 2024 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1994 en de Tunesische nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van
17 augustus 2023. [1] Vervolgens zijn al eerder vervolgberoepen ingesteld. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 22 september 2023 [2] , 6 november 2023 [3] en 30 november 2023. [4] Uit laatstgenoemde uitspraak volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 27 november 2023, rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat hij inmiddels zes maanden in bewaring verblijft en tot op heden is nog geen LP [5] voor eiser afgegeven. De Marokkaanse autoriteiten hebben inmiddels bevestigd dat eiser niet de Marokkaanse nationaliteit bezit. Daarnaast ontbreekt zicht op uitzetting naar Tunesië binnen een redelijke termijn. Zowel eiser als zijn gemachtigde hebben contact opgenomen met de Tunesische consul en hen is beiden afzonderlijk medegedeeld dat er geen LP-aanvraag voor eiser bekend is. Daarnaast is eisers vader bij de consul in België en in Tunesië geweest en ook aan hem is verteld dat er geen LP-aanvraag voor eiser loopt.
5. De rechtbank is van oordeel dat de beroepsgrond van eiser, dat zicht op uitzetting naar Tunesië binnen een redelijke termijn ontbreekt, niet slaagt. Eiser heeft zijn stelling dat er bij de autoriteiten van Tunesië voor hem geen LP-aanvraag loopt niet onderbouwd. Deze informatie rijmt bovendien niet met het voortgangsrapport van verweerder waaruit blijkt dat op 11 augustus 2023 een LP-aanvraag is ingediend bij de Tunesische autoriteiten. Sindsdien is naar aanleiding van de LP-aanvraag veelvuldig gerappelleerd bij de Tunesische autoriteiten en is op 20 november 2023 gesproken met de landverantwoordelijke inzake Tunesië van de Dienst Interne Aangelegenheden. Uit deze informatie is niet gebleken dat de Tunesische autoriteiten niet bekend zijn met een LP-aanvraag voor eiser en ook is niet gebleken dat zij voor eiser geen LP zullen afgeven. De rechtbank betrekt tot slot dat eiser niet volledig en actief mee werkt aan zijn uitzetting. Zo heeft eiser meerdere keren verklaard dat hij niets heeft ondernomen om terugkeer naar Tunesië te bewerkstelligen omdat hij niet wil terugkeren.
6. Tot slot is het de rechtbank ook ambtshalve niet gebleken dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. [6]
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.ECLI:NL:RBDHA:2023:12662 en de hersteluitspraak van 24 augustus 2023,ECLI:NL:RBDHA:2023:12663.
5.Laissez-passer.
6.Op grond van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 in de gevoegde zaken C-704/20 en C-39/21 en - in aansluiting hierop - in de uitspraak van de Afdeling van 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829.