ECLI:NL:RBDHA:2024:1056
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting naar Tunesië
Eiser, een Tunesische vreemdeling, verbleef sinds 4 augustus 2023 in bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had eerder de rechtmatigheid van de maatregel beoordeeld en nu stond alleen de rechtmatigheid sinds 27 november 2023 ter beoordeling.
Eiser voerde aan dat hij zes maanden in bewaring zat zonder dat een laissez-passer (LP) was aangevraagd voor zijn uitzetting naar Tunesië. Contacten met de Tunesische consul en diens mededelingen aan eiser en zijn vader zouden bevestigen dat er geen LP-aanvraag voor hem liep. Verweerder overlegde een voortgangsrapport waaruit bleek dat op 11 augustus 2023 wel een LP-aanvraag was ingediend en dat er sindsdien intensief contact was met de Tunesische autoriteiten.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn stellingen onvoldoende onderbouwde en dat het voortgangsrapport en de contacten met Tunesië het tegendeel aannemelijk maakten. Bovendien werkte eiser niet volledig mee aan zijn uitzetting, omdat hij verklaarde niet terug te willen keren. De rechtbank vond het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.