ECLI:NL:RBDHA:2024:10636
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens niet-geloofwaardige nationaliteit en bevestiging proceskostenveroordeling
Eiseres, met Zimbabwaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar de staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege twijfel over haar nationaliteit. Eiseres overhandigde een Zuid-Afrikaans paspoort dat als echt werd bevonden, terwijl zij stelde dat dit paspoort vals was en dat zij uit Zimbabwe kwam. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het echte paspoort en dat eiseres onvoldoende bewijs leverde om haar stelling te onderbouwen.
Daarnaast stelde eiseres dat het besluit niet was ondertekend, wat een gebrek zou vormen. De rechtbank volgde de hoogste bestuursrechter dat het ontbreken van ondertekening een gebrek is, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat de bevoegdheid niet werd betwist en eiseres hierdoor niet in haar belangen werd geschaad.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af wegens gebrek aan connexiteit. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ter hoogte van € 2.625,-. De uitspraak is openbaar en kan worden bestreden via hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 2.625,- aan proceskosten.