Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn is overschreden en dat het beroep gegrond is. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
De rechtbank stelt vast dat er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de uiterste termijn van 21 maanden, zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn, op 12 juli 2024 eindigt. Bij overschrijding van de door de rechtbank gestelde termijn wordt een rechterlijke dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €7.500.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €437,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie. De rechtbank verwijst naar het toepasselijke wettelijke kader en het landelijke beleid inzake dwangsommen bij niet tijdig beslissen op asielaanvragen.