Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Ambtshalve toetsing
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 15 juni 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld door de minister van Asiel en Migratie. Eiser betwist de rechtmatigheid van deze bewaring en stelt dat hij onvoldoende schriftelijk is geïnformeerd over de gronden van de maatregel, zoals vereist in artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechtbank stelt vast dat eiser mondeling, met tolk, is geïnformeerd en dat hij geen consulaire bijstand wenste, waardoor geen belangenverlies is geleden.
De minister baseert de bewaring op zware gronden, waaronder het reizen zonder geldig reisdocument en het zich onttrekken aan toezicht. De rechtbank acht deze gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. Ook het betoog van eiser dat de minister onvoldoende voortvarend is bij de uitzetting naar Algerije wordt verworpen; uit de stukken blijkt dat een laisser-passer is aangevraagd en rappels zijn gedaan.
De rechtbank toetst ambtshalve of de maatregel onrechtmatig was en concludeert dat dit niet het geval is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.