ECLI:NL:RBDHA:2024:1081
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, van [nationaliteit], diende op 9 juni 2023 een verzoek om internationale bescherming in Nederland in. De staatssecretaris nam de aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Nederland had een tijdig verzoek tot overname ingediend bij Frankrijk op basis van een EU-VIS treffer, waarbij Frankrijk niet tijdig reageerde, wat gelijkstaat aan aanvaarding.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan gelden vanwege tekortkomingen in het Franse asiel- en opvangsysteem, waardoor hij risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De rechtbank oordeelde dat het AIDA-rapport en eerdere jurisprudentie geen voldoende concrete aanwijzingen bevatten om het vermoeden te weerleggen.
De rechtbank overwoog dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als bijzonder kwetsbaar moet worden beschouwd of dat hij een reëel risico loopt op ernstige schendingen in Frankrijk. De gestelde homoseksuele geaardheid volstaat niet voor een uitzonderingspositie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor Frankrijk verantwoordelijk blijft voor de asielprocedure en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard, waardoor Frankrijk verantwoordelijk blijft voor de behandeling.