ECLI:NL:RBDHA:2024:10813
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De rechtbank Den Haag heeft op 11 juli 2024 het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beoordeeld. Deze maatregel was op 10 april 2024 opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 en was eerder getoetst bij uitspraken van 30 april 2024 en 12 juni 2024.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn verwijdering, omdat er nog geen datum bekend was voor een persoonlijke presentatie en de minister slechts algemeen rappelleerde. De rechtbank oordeelde dat de minister sinds het sluiten van het onderzoek op 7 juni 2024 twee keer heeft gerappelleerd bij Marokko en Libanon, wat voldoende voortvarendheid toont.
De rechtbank vond geen aanleiding om de rechtmatigheid van de maatregel te betwijfelen en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.A. van der Straaten en griffier T.M.T. Brandsma en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.