ECLI:NL:RBDHA:2024:13497
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De minister heeft op 10 april 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel wordt voortgezet en is reeds meerdere malen door de rechtbank getoetst, waarbij steeds de rechtmatigheid werd bevestigd.
Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding, stellende dat de minister onvoldoende voortvarend zou zijn bij de uitzetting, mede vanwege het langdurige karakter van de bewaring en de oorlogssituatie in een van de betrokken landen.
De rechtbank oordeelt dat de minister wel degelijk voldoende voortvarend handelt, met meerdere rappelleringen aan de Marokkaanse en Libanese autoriteiten en een vertrekgesprek. Er is geen zichtbare vertraging of nalatigheid op dossierniveau. Ook ontbreekt onderbouwing dat er geen zicht is op uitzetting binnen redelijke termijn.
De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig is en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek tot schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.