ECLI:NL:RBDHA:2024:10818
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en asielrelaas
Eiser, die stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat eiser zijn identiteit niet aannemelijk had gemaakt, mede door wisselende verklaringen en het ontbreken van originele documenten. Daarnaast waren er tegenstrijdigheden in het asielrelaas, vooral over de omstandigheden van zijn vlucht en contacten met een groep waarmee hij illegaal Algerije zou willen verlaten.
De rechtbank verwierp de stelling dat de minister ten onrechte geen rekening hield met correcties en aanvullingen op het asielrelaas, omdat eiser geen deugdelijke verklaring gaf waarom essentiële punten pas later werden toegelicht. De minister mocht de aanvraag terecht afwijzen als kennelijk ongegrond wegens misleiding door het verstrekken van valse informatie over de identiteit.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit, het terugkeerbesluit en het inreisverbod in stand blijven. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter D.M. Schuiling en griffier M.C. Drenten-Boon op 11 juli 2024 in Groningen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit en inreisverbod blijven in stand.