ECLI:NL:RBDHA:2024:10854
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens termijnoverschrijding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 21 april 2024, waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als kennelijk ongegrond.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroepschrift op 30 april 2024 digitaal is ingediend, terwijl de termijn voor het indienen van beroep op 29 april 2024 eindigde. De overschrijding van de termijn werd niet verontschuldigd, aangezien onduidelijkheid over wie het beroep zou indienen voor rekening van eiser komt.
De rechtbank heeft vervolgens beoordeeld of bijzondere feiten en omstandigheden aanwezig zijn die de niet-ontvankelijkverklaring zouden kunnen voorkomen, zoals vereist op grond van het arrest Bahaddar van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De door eiser overgelegde medische documenten en foto’s waren onvoldoende om aan te tonen dat bij uitzetting het refoulementverbod zou worden geschonden.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka op 26 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verontschuldigbare omstandigheden.