Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Heeft de minister de inlichtingenplicht geschonden?
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 26 juni 2024 in bewaring gesteld door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser voerde aan dat de minister niet had voldaan aan de inspanningsverplichting en dat de ophoudingsgrond onjuist was toegepast. Tevens stelde hij dat de minister het vereiste schriftelijke informeren volgens artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000 had verzaakt, wat de maatregel onrechtmatig zou maken.
De rechtbank oordeelde dat de minister tijdig onderzoek had gedaan naar de verblijfsstatus van eiser bij de Franse autoriteiten en dat de juiste ophoudingsgrond was gebruikt, aangezien de Eurodactreffer pas tijdens de ophouding bekend werd. Hoewel de informatieplicht niet volledig was nageleefd, was eiser niet in zijn belangen geschaad omdat hij rechtsbijstand had en effectief beroep kon instellen.
Verder vond de rechtbank dat de gronden voor de maatregel van bewaring voldoende waren en dat er geen lichtere, minder bezwarende maatregel passend was. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de maatregel gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.