Uitspraak
[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat uit paragraaf C7/33.4.4. van de Vreemdelingencirculaire 2000 volgt dat voor Syrische asielzoekers als algemeen uitgangspunt geldt dat zij bij terugkeer naar Syrië een reëel risico op ernstige schade lopen en op grond daarvan in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming. Dit algemene uitgangspunt geldt onder meer niet als uit individuele feiten en omstandigheden blijkt dat de vreemdeling bij of na terugkeer naar Syrië geen risico (meer) loopt op ernstige schade. Hiervan is volgens het uitzonderingsbeleid in het bijzonder sprake indien betrokkene na een eerder vertrek uit Syrië is teruggereisd naar Syrië. In het informatiebericht 2023/19 worden factoren genoemd die in ieder geval relevant kunnen zijn voor de beoordeling of van het algemeen uitgangspunt kan worden afgeweken. Uit dit informatiebericht volgt ook dat indien sprake is van een dergelijk uitzonderingsgeval de bewijslast uit het algemene beoordelingskader geldt, waardoor het aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat hij een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro te vrezen heeft bij een terugkeer naar Syrië.
Conclusie en gevolgen
6.6 Nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit [6] , wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 13 mei 2024;
- draagt de staatssecretaris op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten aan eiseres.