ECLI:NL:RBDHA:2024:18151
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Syriër wegens ontbreken reëel risico op ernstige schade bij terugkeer
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 9 maart 2023 een asielaanvraag in die door de minister op 17 juli 2024 werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde het beroep op deze afwijzing en concludeerde dat de minister het juiste toetsingskader hanteerde, namelijk een ex-nunc toetsing aan WI 2024/6 en IB 2024/13.
De minister achtte de verklaringen van eiser over problemen met de Syrische veiligheidsdiensten ongeloofwaardig en vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade loopt. Eiser voerde aan dat het gewijzigde beleid niet op hem toegepast mocht worden en dat de bewijslast onjuist was verdeeld, maar deze gronden werden verworpen.
De rechtbank nam mee dat eiser meerdere keren zonder problemen tussen Syrië, Libanon en Nigeria reisde en zelfs legaal in Syrië verbleef van november 2022 tot februari 2023. De aangevoerde landeninformatie en documenten, waaronder een brief van het leger en een rapport van VluchtelingenWerk Nederland, overtuigden niet van een individueel risico.
De rechtbank concludeerde dat de minister de aanvraag terecht als ongegrond heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Overmars op 6 november 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.