ECLI:NL:RVS:2024:3610
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Raad van State vernietigt uitspraak rechtbank en verwijst asielzaak terug voor herbeoordeling
Bij besluit van 13 mei 2024 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 juli 2024 het besluit vernietigde en de zaak terug verwees voor een nieuw besluit.
De minister van Asiel en Migratie ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde op 5 september 2024 dat het beleid van de minister met betrekking tot de bewijslastverdeling bij teruggekeerde Syriërs juist is, zoals eerder vastgesteld in een uitspraak van 14 augustus 2024.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor herbehandeling, waarbij de rechtbank het oordeel van de Afdeling in acht moet nemen en de eerder onbesproken gebleven gronden alsnog moet beoordelen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling.