ECLI:NL:RBDHA:2024:1111
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlies Nederlanderschap door ononderbroken verblijf in Suriname niet onevenredig
Eiseres, geboren in 1988 en van Surinaamse afkomst, verloor haar Nederlandse nationaliteit van rechtswege op 7 augustus 2016 na tien jaar onafgebroken verblijf in Suriname. Haar aanvraag voor een Nederlands paspoort in 2020 werd daarom niet in behandeling genomen door de minister van Buitenlandse Zaken.
Eiseres voerde aan dat het verlies van het Nederlanderschap onevenredige gevolgen voor haar heeft, omdat zij zich in Nederland wil vestigen om te werken en studeren, en dat zij onvoldoende is geïnformeerd over het risico van verlies. De rechtbank oordeelt dat de evenredigheidstoets niet op het moment van het verlies (2016) hoeft te worden uitgevoerd, maar op het moment dat betrokkene dit inroept, hier in 2020.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst heeft vastgesteld dat eiseres geen bewijs heeft geleverd van een bijzondere afhankelijkheidsrelatie met familie in Nederland of concrete plannen om gebruik te maken van vrij verkeer binnen de EU op het peilmoment. De rechtbank volgt deze redenering en acht het beroep ongegrond. Tevens is eiseres niet verplicht individueel te worden geïnformeerd over het verlies van het Nederlanderschap.
De paspoortaanvraag mocht terecht niet in behandeling worden genomen en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de paspoortaanvraag is ongegrond verklaard.