ECLI:NL:RVS:2023:2222
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- H.J.M. Baldinger
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verlies Nederlanderschap en Unierechtelijke evenredigheidstoets na Brexit
De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Buitenlandse Zaken tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van [wederpartij] gegrond verklaarde tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een Nederlands paspoort.
[wederpartij], die de Britse nationaliteit bezit en tot 2017 ook de Nederlandse nationaliteit had, woonde onafgebroken van 2007 tot 2018 in Zuid-Afrika. Op grond van artikel 15 RWN Pro verloor zij in 2017 het Nederlanderschap van rechtswege vanwege langdurig verblijf buiten Nederland en het bezit van een andere nationaliteit. De minister wees haar paspoortaanvraag in 2020 af op deze grond.
De rechtbank oordeelde dat de minister een Unierechtelijke evenredigheidstoets had moeten uitvoeren omdat het verlies van Nederlanderschap ook het verlies van het Unieburgerschap zou inhouden. De minister voerde in hoger beroep aan dat deze toetsing alleen vereist is indien het Unieburgerschap daadwerkelijk verloren gaat, wat hier niet het geval was in 2017.
De Afdeling bestuursrechtspraak volgt de minister en overweegt dat het Unieburgerschap in 2017 niet verloren ging omdat het Verenigd Koninkrijk toen nog lid was van de EU. Het latere verlies van het Unieburgerschap door Brexit is een soevereine beslissing van het VK en vormt geen grond voor een Unierechtelijke toets bij het Nederlanderschap in 2017. Daarom vernietigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de paspoortaanvraag wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.