ECLI:NL:RBDHA:2024:1140
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2024 behandeld en beoordeelt of het niet in behandeling nemen terecht is.
De rechtbank oordeelt dat Nederland terecht een verzoek tot terugname aan Frankrijk heeft gedaan en dat Frankrijk dit verzoek heeft aanvaard. Eiser stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden aangenomen vanwege tekortkomingen in de opvang en ondersteuning in Frankrijk, en dat overdracht zou leiden tot indirect refoulement. De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar jurisprudentie waarin is vastgesteld dat het feit dat 40% van asielzoekers in Frankrijk geen opvang krijgt, niet leidt tot het vervallen van het vertrouwensbeginsel.
Verder stelt de rechtbank dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd dat het beschermingsbeleid in Frankrijk evident en fundamenteel verschilt van dat in Nederland en dat hij niet zal worden beschermd tegen refoulement. Ook het argument dat de overdracht onevenredige hardheid oplevert vanwege familiebanden in Nederland wordt verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.