ECLI:NL:RBDHA:2024:11679
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig besluit MVV-aanvraag nareis gezinsleden
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het kader van nareis voor zijn echtgenote en minderjarige kinderen. Verweerder heeft niet tijdig beslist, terwijl de beslistermijn op grond van de Vreemdelingenwet 2000 uiterlijk 17 augustus 2023 was verstreken. Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke op 8 december 2023 en diende op 19 januari 2024 beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat bij aanvragen om gezinshereniging voor houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt ingesteld en schriftelijk aan eiser wordt meegedeeld, waarna de termijn twintig weken bedraagt.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van €7.500, waarvan reeds €1.442 is verbeurd. Tevens worden de proceskosten van eiser vastgesteld op €437,50. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn te beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.