ECLI:NL:RVS:2024:2643
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslistermijn na gegrond beroep tegen niet tijdig besluit nareisaanvraag
De vreemdelingen stelden beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde een beslistermijn afhankelijk van de te verrichten stappen door de staatssecretaris, variërend van vier tot twintig weken. De vreemdelingen gingen in hoger beroep tegen deze beslistermijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de rechter een termijn moet stellen die niet onnodig lang maar ook niet onrealistisch kort is, waarbij zorgvuldigheid in de besluitvorming zwaar weegt. Het door de rechtbank gehanteerde kader van beslistermijnen, gebaseerd op de mate van onderzoek en herstel van verzuimen, is redelijk en transparant. De Afdeling verwierp de klachten van de vreemdelingen over onvoldoende motivering, het niet betrekken van het belang van het kind en de vermeende strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Ook werd bevestigd dat de beslistermijn ingaat op de dag na verzending van de uitspraak, conform de wettelijke regeling. De Afdeling concludeerde dat de rechtbank terecht een passende beslistermijn heeft gesteld en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de door de rechtbank gestelde beslistermijn bevestigd.