ECLI:NL:RVS:2024:2644
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beslistermijn bij niet tijdig besluit mvv nareisaanvraag
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde een beslistermijn van twintig weken, met een dwangsom bij overschrijding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep van de vreemdeling tegen deze termijn.
De Afdeling overwoog dat de rechter bij het stellen van een beslistermijn rekening moet houden met de zorgvuldigheid van de besluitvorming en de tijd die het bestuursorgaan al heeft gehad. De rechtbank Arnhem had een kader ontwikkeld met beslistermijnen variërend van vier tot twintig weken, afhankelijk van de fase van de procedure en de noodzaak van nader onderzoek of herstel van verzuimen.
De Afdeling oordeelde dat een termijn van twee weken niet realistisch is in deze zaak, gezien de complexiteit en de fase van de behandeling. Ook vond de Afdeling dat de rechtbank voldoende had gemotiveerd waarom twintig weken passend is, omdat deze termijn uiteenvalt in stappen die de staatssecretaris moet zetten, zoals het bieden van herstelmogelijkheden en nader onderzoek.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak biedt duidelijkheid over de toepassing van beslistermijnen bij nareisaanvragen en benadrukt het belang van een zorgvuldige en realistische termijnstelling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de beslistermijn van twintig weken bevestigd.