Eiseres heeft op 24 november 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden en een geldige ingebrekestelling, stelde eiseres op 15 maart 2024 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is verstreken en het beroep kennelijk gegrond is. De minister heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank bepaalt dat de minister uiterlijk op 19 oktober 2024 een besluit moet nemen, waarbij een dwangsom van €100 per dag wordt opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €7.500.
De rechtbank wijkt af van het gebruikelijke 8+8-wekenmodel vanwege de maximale beslistermijn van 21 maanden volgens de Procedurerichtlijn en stelt een kortere termijn vast. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €437,50.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 25 juli 2024.