ECLI:NL:RBDHA:2024:11783
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrechtelijke zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 10 mei 2024 is opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder op 23 mei 2024 een uitspraak gedaan waarin de maatregel tot dat moment rechtmatig werd bevonden.
Eiser stelde dat de minister had kunnen volstaan met een lichter middel, zoals een meldplicht, en dat de minister onvoldoende voortvarend zou handelen. Ook voerde eiser aan dat het zicht op uitzetting naar Algerije ontbreekt, mede omdat de laissez-passer aanvraag al sinds april 2023 loopt zonder resultaat. De rechtbank oordeelt dat geen lichter middel toereikend is gezien het onttrekkingsrisico en dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld door maandelijkse vertrekgesprekken en rappelleren op de laissez-passer aanvraag.
Verder constateert de rechtbank dat er wel degelijk zicht is op uitzetting, aangezien de Algerijnse autoriteiten sinds september 2023 weer laissez-passers verstrekken. Er is geen aanwijzing dat de laissez-passer aan eiser zal worden geweigerd. De rechtbank ziet geen grond om de maatregel onrechtmatig te verklaren en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.