ECLI:NL:RBDHA:2024:14670
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De minister legde op 10 mei 2024 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank had de maatregel al eerder getoetst in uitspraken van 23 mei en 17 juli 2024, waarbij de maatregel toen rechtmatig werd bevonden.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of het voortduren van de maatregel sinds 11 juli 2024 rechtmatig is. Eiser stelde dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije, omdat een aangevraagde laissez-passer nog niet was verstrekt en ook geen nationaliteitsverklaring was ontvangen. De rechtbank oordeelt dat dit geen reden is om anders te beslissen, omdat de Algerijnse autoriteiten niet hebben aangegeven geen verklaring te zullen verstrekken.
Verder stelde eiser dat de minister onvoldoende voortvarend zou handelen, maar de rechtbank constateert dat er maandelijks vertrekgesprekken zijn gevoerd en dat de minister regelmatig rappelleert op de aanvraag van documenten. Ook het verweer dat een lichter middel had moeten worden toegepast wordt verworpen, met verwijzing naar eerdere uitspraken.
De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig voortduurt, verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.