ECLI:NL:RBDHA:2024:17495
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel vreemdelingenbewaring
De rechtbank Den Haag heeft op 22 oktober 2024 het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring beoordeeld. Deze maatregel was opgelegd op 10 mei 2024 en werd reeds eerder door de rechtbank getoetst bij uitspraken van mei, juli en september 2024. De rechtbank richtte zich nu op de rechtmatigheid van de maatregel sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 3 september 2024.
Eiser stelde dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering was, omdat hij al vijf maanden in bewaring verbleef zonder dat een laissez-passer was verstrekt, en dat de minister onvoldoende voortvarend zou zijn in de uitzetting. Ook voerde hij aan dat de minister een lichter middel had moeten toepassen in plaats van bewaring. De rechtbank oordeelde dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt, de minister voldoende voortvarend handelt en dat bewaring als ultimum remedium gerechtvaardigd blijft.
De rechtbank concludeerde dat geen reden bestaat om de maatregel van bewaring te beëindigen of te wijzigen en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.