ECLI:NL:RBDHA:2024:11820
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 18 juli 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister stelde dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat Kroatië het laatste land was waar eiser geregistreerd is en zijn vingerafdrukken zijn genomen.
Eiser betoogde dat Bulgarije de verantwoordelijke lidstaat is omdat hij Europa via Bulgarije is binnengekomen en daar langer verbleef dan in Kroatië. Tevens stelde hij dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom Kroatië nu verantwoordelijk zou zijn en dat hij niet opnieuw persoonlijk was gehoord over de overdracht naar Kroatië. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht Kroatië als verantwoordelijke lidstaat heeft aangewezen en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië kan worden toegepast, mede gelet op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep af op het punt dat de minister artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten toepassen vanwege familiebanden en humanitaire redenen. De rechtbank vond dat de minister terecht oordeelde dat de omstandigheden niet zodanig waren dat overdracht onevenredig hard zou zijn. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in Nederland behandeld omdat Kroatië als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.