ECLI:NL:RBDHA:2024:2139
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen op grond van de Dublinverordening.
Eiser verzocht om heropening van het onderzoek wegens het ontbreken van een tolk tijdens de zitting, maar na het beschikbaar komen van een telefonische tolk kon hij alsnog zijn verklaring afleggen. De rechtbank oordeelde dat het verzoek om heropening daarom werd afgewezen.
Eiser stelde dat hij niet voldoende is gehoord over zijn bezwaren tegen overdracht aan Kroatië en dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. De rechtbank overwoog dat er een Dublingehoor heeft plaatsgevonden waarin eiser zijn bezwaren tegen overdracht aan Bulgarije en Kroatië heeft toegelicht. Ook kon eiser in zijn zienswijze en beroep zijn bezwaren kenbaar maken.
De rechtbank concludeerde dat de procedure in overeenstemming is met artikel 5 van Pro de Dublinverordening en de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Daarnaast is niet gebleken dat bijzondere omstandigheden een overdracht aan Kroatië onevenredig hard maken, zodat het beroep ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.