ECLI:NL:RBDHA:2024:11986
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling Nigeriaanse nationaliteit
De minister van Asiel en Migratie legde op 28 mei 2024 een maatregel van bewaring op aan eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, welke nog voortduurt. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had eerder op 13 juni 2024 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was, zodat de beoordeling zich nu richtte op de periode na 7 juni 2024.
Eiser betoogde dat de minister onvoldoende voortvarend handelde, omdat het laatste vertrekgesprek dateerde van 13 juni 2024 en de minister maandelijks vertrekgesprekken zou moeten voeren. Ook maakte eiser bezwaar tegen een notitie waarin sprake was van presentatie bij de Algerijnse autoriteiten, terwijl hij Nigeriaanse nationaliteit bezit.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende voortvarend handelde, met meerdere pogingen tot presentatie op de Nigeriaanse ambassade en vertrekgesprekken op 28 juni en 24 juli 2024. De vermelding van de Algerijnse ambassade werd als een ambtelijke misslag beoordeeld. Verder constateerde de rechtbank dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting, terwijl de Nigeriaanse autoriteiten wel medewerking verlenen aan het verkrijgen van documenten.
De rechtbank concludeerde dat er geen reden is om te twijfelen aan het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.