ECLI:NL:RBDHA:2024:12050
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrechtelijke zaak
De minister heeft op 15 april 2024 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 26 juli 2024 behandeld en het onderzoek gesloten.
De rechtbank toetst of het voortduren van de maatregel rechtmatig is sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 31 mei 2024. Eiser stelt dat er geen zicht is op uitzetting en dat de minister onvoldoende voortvarend handelt. De minister heeft echter tweemaal gerappelleerd op de laisser-passer en tweemaal vertrekgesprekken gevoerd, waarvan één afgebroken vanwege taalbarrière maar een ander wel in het Engels.
De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend werkt en dat er zicht is op uitzetting naar Nigeria. Eiser verleent onvoldoende medewerking aan zijn uitzetting en er zijn geen persoonlijke omstandigheden die bewaring onevenredig bezwarend maken. Daarom is het beroep ongegrond en wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.