ECLI:NL:RBDHA:2024:12192
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting Tunesië afgewezen
Eiser, een Tunesische nationaliteit hebbende minderjarige, is op 28 februari 2024 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek schriftelijk gesloten op 26 juli 2024.
De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf 18 juni 2024, omdat zij eerder al had vastgesteld dat de maatregel tot die datum rechtmatig was. Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde en dat er geen zicht op uitzetting naar Tunesië was, omdat de Tunesische autoriteiten niet reageerden op een lp-aanvraag van 20 februari 2024.
De rechtbank oordeelde dat het uitblijven van reactie van Tunesische autoriteiten niet betekent dat er geen zicht op uitzetting is, mede omdat eiser zijn medewerking niet volledig verleent. Verweerder heeft sinds 18 juni 2024 meerdere stappen ondernomen, waaronder vertrekgesprekken met eiser, rappels bij Tunesische autoriteiten en een persoonlijke onderbrenging van de zaak bij de consul op 23 juli 2024.
De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende voortvarend handelt en dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.