ECLI:NL:RBDHA:2024:7402
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrechtelijke procedure
Eiser, een Tunesische nationaliteit dragende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet. De rechtbank toetst uitsluitend de rechtmatigheid van het voortduren van deze maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 13 maart 2024.
De rechtbank constateert een overschrijding van de wettelijke termijn voor het sluiten van het vooronderzoek, maar acht dit niet schadelijk voor eiser omdat de uitspraak binnen een redelijke termijn volgt en de zaak van geringe complexiteit is. Eiser stelt dat er geen zicht is op uitzetting naar Tunesië binnen een redelijke termijn, mede vanwege het uitblijven van reactie van Tunesische autoriteiten en het ontbreken van afspraken over rappelleren.
De rechtbank oordeelt dat uit het voortgangsrapport blijkt dat de staatssecretaris voldoende voortvarend handelt, met meerdere rappellen en vertrekgesprekken. Eiser werkt niet volledig mee aan zijn uitzetting, wat het zicht op uitzetting niet wegneemt. De rechtbank ziet geen reden om het voortduren van de maatregel onrechtmatig te achten en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.