ECLI:NL:RBDHA:2024:12196
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het voortduren van de aan hem opgelegde maatregel van bewaring beoordeeld. Deze maatregel was reeds eerder getoetst bij uitspraken van 17 mei 2024 en 24 juni 2024. De rechtbank richtte zich nu op de rechtmatigheid van de maatregel sinds het sluiten van het onderzoek op 19 juni 2024.
Eiser stelde onder meer dat het Openbaar Ministerie niet had ingestemd met zijn uitzetting, dat de verwijzing naar artikelen van het Vreemdelingenbesluit 2000 in eerdere uitspraken in strijd was met het legaliteitsbeginsel, dat het terugkeerbesluit niet rechtsgeldig was bekendgemaakt en dat de minister onvoldoende bewijs had geleverd van rappels voor de aanvraag van een laissez-passer. De rechtbank verwierp al deze gronden.
De rechtbank stelde vast dat het OM op 3 mei 2024 had verklaard geen bezwaar te hebben tegen de uitzetting, dat de verwijzing naar het Vb 2000 niet strijdig is met het legaliteitsbeginsel omdat de eerdere uitspraak rechtens onaantastbaar is, en dat het terugkeerbesluit op juiste wijze bekend is gemaakt, mede door toezending en publicatie in de Staatscourant. Ook achtte de rechtbank de mededeling over rappels voldoende bewijs, omdat geen twijfel bestond over het feit dat deze hadden plaatsgevonden.
De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is en wees het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.