ECLI:NL:RBDHA:2024:12242
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach - de Wit
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens ontbreken procesbelang
De rechtbank Den Haag heeft op 29 juli 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister had dit besluit genomen omdat Slowakije verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
Tijdens de zitting op 22 juli 2024 was de gemachtigde van de minister aanwezig, maar eiser en zijn gemachtigde hadden zich afgemeld. De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eiser nog procesbelang had, aangezien het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) eiser als met onbekende verblijfplaats (MOB) had geregistreerd.
Op basis van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde de rechtbank dat een vreemdeling die zonder bekendmaking van verblijfplaats vertrekt in principe geen prijs meer stelt op de bescherming waarvoor hij aanvankelijk asiel zocht. De gemachtigde van eiser kon geen contact meer leggen met eiser, wat impliceert dat eiser geen procesbelang meer heeft.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en liet het bestreden besluit in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter Steinebach - de Wit en griffier Engberts.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.