ECLI:NL:RBDHA:2024:12247
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik beginnend bestuurder
Eiser werd op 16 oktober 2022 aangehouden als beginnend bestuurder met een ademalcoholgehalte van 620 µg/l. Het CBR schortte daarop het rijbewijs op en legde een onderzoek naar alcoholgebruik op. Uit twee onderzoeken door een psychiater en een psychodiagnostisch medewerker bleek dat eiser alcoholmisbruik in ruime zin pleegde, waarbij het misbruik niet was gestopt bij het eerste onderzoek, maar wel per 17 februari 2023 bij het tweede.
Het CBR verklaarde het rijbewijs op 2 juni 2023 ongeldig vanwege het alcoholmisbruik en de noodzaak van een recidiefvrije periode van één jaar. Eiser voerde aan dat de onderzoeken niet zorgvuldig waren uitgevoerd, onder meer omdat de anamnese telefonisch was afgenomen door een niet-BIG-geregistreerde psychodiagnostisch medewerker en dat de diagnose niet juist was.
De rechtbank oordeelde dat het rapport zorgvuldig tot stand was gekomen, dat de werkwijze conform de geldende normen was en dat de psychiater betrokken was geweest bij het onderzoek. De diagnose alcoholmisbruik in ruime zin was begrijpelijk en gebaseerd op meerdere aanwijzingen, ook al waren er geen afwijkende bloedwaarden. De rechtbank verwierp de bezwaren van eiser en verklaarde het beroep ongegrond.
Het rijbewijs blijft ongeldig totdat eiser aantoont dat hij een jaar lang gestopt is met alcoholmisbruik. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter D. Biever op 3 juli 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens alcoholmisbruik wordt ongegrond verklaard.