Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. S.M. Hampsink, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser maakt bezwaar tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 17 april 2024 is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft deze maatregel reeds eerder beoordeeld en oordeelde toen dat de bewaring rechtmatig was tot het sluiten van het onderzoek op 7 mei 2024.
In het onderhavige beroep stelt eiser dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn verwijdering en dat hij detentieongeschikt is vanwege medische klachten, waaronder botkanker in zijn vinger. De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd waaruit blijkt dat er regelmatig contact is met de Algerijnse autoriteiten en dat eiser medische zorg ontvangt in het detentiecentrum.
De rechtbank overweegt dat de minister afhankelijk is van de medewerking van de Algerijnse autoriteiten en dat de minister maandelijks rappelleert. De medische stukken tonen aan dat eiser medische klachten heeft, maar niet dat de zorg ontoereikend is. Eiser verblijft op een afdeling voor extra zorg en is onder behandeling van artsen en psychiaters. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding om de maatregel op te heffen of te wijzigen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd.