ECLI:NL:RBDHA:2024:12585
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging Afghanistan wegens niet-tijdige indiening ondanks bedreiging
Eiser, een voormalige bewaker van Afghan Security Guard (ASG) voor de Nederlandse krijgsmacht, verzocht om overbrenging naar Nederland. Verweerder wees dit af omdat eiser niet tot de groepen behoorde waarvoor een speciale voorziening geldt volgens de Kamerbrief van 11 oktober 2021, met name omdat het verzoek niet vóór die datum was ingediend.
Eiser stelde dat hij wel degelijk in aanmerking kwam omdat hij feitelijk zichtbare werkzaamheden verrichtte en dat het onderscheid tussen direct dienstverband en subcontract niet relevant was. De rechtbank oordeelde dat verweerder in beroep een andere afwijzingsgrond hanteerde dan in het bestreden besluit, waardoor het besluit vernietigd moest worden.
Desondanks vond de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven omdat het beleid duidelijk voorschrijft dat alleen verzoeken voor 11 oktober 2021 in aanmerking komen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de dreiging door de Taliban konden dit niet wijzigen. De rechtbank kende een proceskostenvergoeding toe aan eiser.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.