ECLI:NL:RBDHA:2024:12627

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 augustus 2024
Publicatiedatum
12 augustus 2024
Zaaknummer
AWB 23/13324
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen COA

Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van het COA om niet te bemiddelen bij het zoeken naar woonruimte, samen met een verzoek om een voorlopige voorziening. Dit beroep en het verzoek werden ingetrokken nadat het COA had laten weten dat bemiddeling bij woonruimtevoorziening zou plaatsvinden.

De voorzieningenrechter beoordeelde of het COA geheel of gedeeltelijk aan verzoeker was tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), hetgeen een voorwaarde is voor toewijzing van proceskostenvergoeding. Uit de toelichting van het COA bleek dat de bemiddeling volgde op het besluit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om verzoeker een verblijfsvergunning voor vijf jaar te verlenen, en niet op het beroep zelf.

De voorzieningenrechter oordeelde dat deze bemiddeling niet kan worden aangemerkt als een voorlopige maatregel waartoe het verzoek om een voorlopige voorziening strekte. Daarom was er geen sprake van tegemoetkoming en werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het COA niet is tegemoetgekomen in de voorlopige voorziening.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/13324

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 augustus 2024 in de zaak tussen

[naam] , verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COA

(gemachtigde: mr. A. van Beurden).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het COA in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen de weigering van het COA om te bemiddelen bij het zoeken naar een woonruimte en het met dit beroep samenhangende verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker heeft het beroep en het verzoek ingetrokken omdat het COA hem heeft laten weten dat het voor hem bemiddelt bij het vinden van woonruimte.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het COA in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het COA heeft de voorzieningenrechter meegedeeld dat hij geen aanleiding ziet voor een proceskostenveroordeling, omdat zijn mededeling dat verzoeker naar huisvesting zal worden bemiddeld volgt uit het besluit van de IND om verzoeker een verblijfsvergunning voor de duur van vijf jaren te verlenen en geen causaal verband houdt met het door verzoeker ingestelde beroep, waardoor er geen sprake is van een gehele of gedeeltelijke tegemoetkoming.
1.2.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
3.1.
In een voorlopige voorzieningprocedure dient de vraag of en in hoeverre het bestuursorgaan aan het verzoek is tegemoetgekomen in de eerste plaats te worden gerelateerd aan het specifieke doel van die procedure, te weten het voorkomen van onevenredig nadeel hangende de bodemprocedure. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) wordt geheel of gedeeltelijk tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb, indien, voor zover hier van belang, het bestuursorgaan de voorlopige maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt. [3]
Is het COA aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De voorzieningenrechter moet dus beoordelen of het COA geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Blijkens de toelichting van het COA is het COA nadat de IND verzoeker een verblijfsvergunning voor vijf jaar had verstrekt overgegaan tot bemiddeling bij het vinden van woonruimte voor verzoeker. Deze bemiddeling kan niet worden aangemerkt als voorlopige maatregel waartoe het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker strekte. Van tegemoet komen aan verzoeker is geen sprake.
4.2.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. H. Hanssen-Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, op 12 augustus 2024. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.