ECLI:NL:RBDHA:2024:12627
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen COA
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van het COA om niet te bemiddelen bij het zoeken naar woonruimte, samen met een verzoek om een voorlopige voorziening. Dit beroep en het verzoek werden ingetrokken nadat het COA had laten weten dat bemiddeling bij woonruimtevoorziening zou plaatsvinden.
De voorzieningenrechter beoordeelde of het COA geheel of gedeeltelijk aan verzoeker was tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), hetgeen een voorwaarde is voor toewijzing van proceskostenvergoeding. Uit de toelichting van het COA bleek dat de bemiddeling volgde op het besluit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om verzoeker een verblijfsvergunning voor vijf jaar te verlenen, en niet op het beroep zelf.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze bemiddeling niet kan worden aangemerkt als een voorlopige maatregel waartoe het verzoek om een voorlopige voorziening strekte. Daarom was er geen sprake van tegemoetkoming en werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het COA niet is tegemoetgekomen in de voorlopige voorziening.