ECLI:NL:RBDHA:2024:12734
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- S. Ketelaars – Mast
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser heeft op 30 november 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden en het in gebreke stellen van de minister op 12 maart 2024, stelde eiser op 28 maart 2024 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is verstreken, de ingebrekestelling rechtsgeldig is ontvangen en dat sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken, waardoor het beroep kennelijk gegrond is. De rechtbank wijkt af van het 8+8-wekenmodel en stelt een uiterste beslistermijn vast op 25 oktober 2024, waarbij de minister een dwangsom van € 100 per dag moet betalen bij overschrijding, met een maximum van € 7.500.
Het verzoek om een bestuurlijke dwangsom wordt afgewezen op grond van recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,50. De uitspraak is gedaan door rechter S. Ketelaars – Mast en openbaar gemaakt op 13 augustus 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op uiterlijk 25 oktober 2024 een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.