Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende op 16 december 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in. De minister verlengde de beslistermijn met negen maanden vanwege een groot aantal aanvragen. Desondanks verstreek de wettelijke beslistermijn zonder besluit. Eiser stelde de minister rechtsgeldig in gebreke en diende vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de verlengde termijn heeft beslist. De rechtbank wijkt af van het gebruikelijke 8+8-wekenmodel en stelt een uiterste beslistermijn van 11 november 2024 vast, acht deze termijn haalbaar en redelijk.
De minister wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. Tevens worden de proceskosten van eiser vastgesteld op €437,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.