ECLI:NL:RBDHA:2024:12748

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 augustus 2024
Publicatiedatum
13 augustus 2024
Zaaknummer
AWB 24-11563
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a Wet COaArt. 7:1 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overplaatsing minderjarige naar volwassenenopvang

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de wijziging van zijn leeftijdsregistratie door de IND en tegen zijn overplaatsing van een opvanglocatie voor minderjarigen naar een opvanglocatie voor volwassenen. Hij verzocht de voorzieningenrechter om voorlopige voorziening om overplaatsing te voorkomen en als minderjarige behandeld te worden.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de IND verzoeker heeft geregistreerd als meerderjarige en dat verweerder op basis daarvan de overplaatsing heeft besloten. Verweerder heeft contact gehad met de IND over de door verzoeker overgelegde geboorteakte, maar deze werd als indicatief en niet doorslaggevend beoordeeld. Er is geen leeftijdsonderzoek gestart en verzoeker heeft geen identificerende documenten overgelegd.

De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder voldoende onderzoek heeft gedaan naar de leeftijd en opvangbehoeften van verzoeker en dat er geen concrete aanwijzingen zijn die twijfel aan de leeftijdsregistratie rechtvaardigen. Ook is geen bijzondere opvangbehoefte gesteld die niet in de reguliere opvang kan worden ingevuld.

Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen overplaatsing naar de volwassenenopvang is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/11563

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),
en

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder

(gemachtigde: mr. D. van den Braak - Lensen).

Inleiding

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van de minister over de wijziging van zijn leeftijdsregistratie in de asielprocedure.
Tegelijkertijd heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht bedoeld besluit te schorsen en verweerder te gelasten dat hij wordt behandeld als een minderjarige.
Verzoeker heeft daarnaast beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder om hem over te plaatsen naar een opvanglocatie voor volwassenen. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om verweerder te gelasten om verzoeker te behandelen als minderjarige en hem niet over te plaatsen naar de volwassenenopvang.
Verweerder heeft op verzoek van de voorzieningenrechter een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval geen zitting nodig is om op het verzoek te beslissen. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Uit de stukken blijkt dat verzoeker bij zijn asielaanvraag heeft gesteld minderjarig te zijn en dat hij sindsdien door verweerder wordt opgevangen op een locatie voor minderjarigen. Naar aanleiding van de op 31 januari 2024 door de IND [2] gewijzigde leeftijdsregistratie heeft op verweerder op 15 juli 2024 besloten om verzoeker over te plaatsen naar een reguliere (volwassenen)opvanglocatie. De bedoeling was om hier per 29 juli 2024 uitvoering aan te geven. In reactie op het verzoek om voorlopige voorziening heeft verweerder aan de rechtbank bericht verzoeker in afwachting van de uitspraak van de voorzieningenrechter niet te zullen overplaatsen.
3. Op grond van artikel 3a van de Wet COa bepaalt verweerder in welke opvangvoorziening een asielzoeker wordt geplaatst en is verweerder bevoegd een asielzoeker over te plaatsen. De rechtbank is gelet op artikel 7:1, eerste lid, onder g, van de Awb en de bijlage 1 bij die wet (Regeling rechtstreeks beroep) bevoegd om kennis te nemen van een beroep tegen een besluit tot overplaatsing.
4. Gelet op de voorgenomen overplaatsing van verzoeker moet naar het oordeel van de voorzieningenrechter de voor het treffen van een voorziening vereiste spoedeisendheid worden aangenomen.
5. Meerderjarige asielzoekers worden volgens verweerder niet opgevangen op een opvanglocatie voor minderjarigen. Verweerder mag bij de plaatsing en overplaatsing van asielzoekers uitgaan van de leeftijdsbepaling zoals die is uitgevoerd door de IND. In de uitspraak van de Afdeling [3] van 15 mei 2024 [4] is overwogen dat dit anders is als “een vreemdeling concrete aanknopingspunten naar voren heeft gebracht waaruit blijkt dat reden voor twijfel bestaat over zijn leeftijd, bijvoorbeeld als een vreemdeling te kennen heeft gegeven dat hij bij de staatssecretaris (thans: minister [5] ) is opgekomen tegen de leeftijdsbepaling en op welke gronden hij dat heeft gedaan. In dat geval moet verweerder navraag doen bij de minister over de leeftijdsbepaling en daarover in samenspraak met de minister zelf een standpunt vormen in het kader van de opvangbehoeften van de vreemdeling.”
6. Verweerder heeft in het verweerschrift toegelicht dat zij naar aanleiding van de bezwaren van verzoeker tegen zijn gewijzigde leeftijdsregistratie en de mededeling dat hij in het bezit is van een geboorteakte om zijn identiteit te onderbouwen contact heeft gezocht met de IND over de aan te houden leeftijd van verzoeker. Verweerder heeft vervolgens van de IND vernomen dat het door verzoeker overgelegde document een indicatief karakter heeft en voor de IND niet van invloed is op de registratie van verzoeker als meerderjarig. Ook heeft de IND gemeld dat verzoeker geen identificerende documenten heeft overgelegd en geen leeftijdsonderzoek is gestart.
7. Verder erkent het verweerder dat zij onderzoek moet doen naar de bijzondere opvangbehoeften van verzoeker en dat zij daarbij indien nodig dient te zorgen voor begeleiding en ondersteuning. Verweerder stelt dat de mogelijkheden daarvoor niet zijn beperkt tot de opvanglocaties voor minderjarigen.
8. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter geeft verweerder hiermee voldoende invulling aan de op haar rustende verantwoordelijkheid. Gelet op de uitkomsten van het contact met de IND heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om te twijfelen aan de leeftijdsbepaling. Uit de gronden van het verzoek blijkt verder niet van een bijzondere opvangbehoefte van verzoeker waarin mogelijk niet in de reguliere opvang in zou kunnen worden voorzien.

Conclusie en gevolgen

9. Het verzoek is naar het oordeel van de voorzieningenrechter kennelijk ongegrond en zal daarom worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 8 augustus 2024 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier. en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit is mogelijk op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht
2.Immigratie- en Naturalisatiedienst.
3.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
5.De minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.