ECLI:NL:RBDHA:2024:12864
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 14 augustus 2024 de beroepen van vier Moldavische asielzoekers tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen beoordeeld. De minister van Asiel en Migratie had de aanvragen afgewezen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank behandelde de zaak zonder aanwezigheid van eisers, die verhinderd waren.
Eisers voerden aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens België niet meer geldt vanwege tekortkomingen in het Belgische asiel- en opvangsysteem, met name vanwege medische omstandigheden van een van hen en het risico op familie-ontwrichting. Zij verwezen naar een NOS-artikel en het AIDA-rapport en stelden dat zij geen effectieve klachtmogelijkheden hadden in België.
De rechtbank oordeelde echter dat deze argumenten onvoldoende zijn om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. Zij verwees naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd vastgesteld dat tekortkomingen in België niet structureel en zwaarwegend genoeg zijn om overdracht te weigeren. Ook is niet gebleken dat eisers geen rechtsbijstand kunnen krijgen of dat zij geen klachten kunnen indienen.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de asielaanvragen niet in behandeling heeft genomen en dat de overdracht aan België kan plaatsvinden. De beroepen worden ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen zijn ongegrond verklaard en de overdracht aan België blijft in stand.