ECLI:NL:RBDHA:2024:12936
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
Eiser, een vreemdeling van Algerijnse nationaliteit, stelde beroep in tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 7 mei 2024 door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd. Eiser betwistte onder meer de zorgvuldigheid van het identiteitsonderzoek en de voortvarendheid van de minister in het uitzettingsproces.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel tot het sluiten van het vorige onderzoek op 17 mei 2024 rechtmatig was en richtte zich op de periode daarna. De minister voerde aan dat het identiteitsonderzoek door de Algerijnse autoriteiten was afgerond, anders zou een presentatie niet zijn gepland. De rechtbank vond geen aanknopingspunten voor onzorgvuldig handelen en oordeelde dat de minister voldoende voortvarend te werk is gegaan, onder meer door meerdere rappelleringen en vertrekgesprekken.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat er zicht is op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn en dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting, onder andere door het niet verschijnen bij een geplande presentatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.