ECLI:NL:RBDHA:2024:12939
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
Eiser is op 14 maart 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetst het voortduren van deze maatregel sinds het sluiten van het onderzoek op 24 mei 2024. Eiser stelt dat er geen zicht is op uitzetting binnen redelijke termijn en dat hij mentaal en lichamelijk zwak is, waardoor hij extra begeleiding nodig heeft en niet kan worden verweten dat hij een presentatie heeft gemist.
De rechtbank oordeelt dat het lp-traject nog niet zodanig lang duurt dat het zicht op uitzetting ontbreekt en dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting. De stelling van mentale en lichamelijke zwakte wordt niet gevolgd omdat dit niet is onderbouwd en de regievoerder hier niet van op de hoogte is. Eiser heeft bovendien verklaard niet te willen meewerken.
De rechtbank stelt dat de minister voldoende voortvarend handelt door meerdere appèls, vertrekgesprekken en presentaties te plannen. Ook is er geen aanleiding om een lichter middel toe te passen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.