ECLI:NL:RBDHA:2024:12951
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis van zijn echtgenote. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd op 7 augustus 2023 ingediend, waarna verweerder de beslistermijn met drie maanden verlengde, waardoor uiterlijk 5 februari 2024 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit, waarna verweerder op 8 februari 2024 rechtsgeldig in gebreke is gesteld. Het beroep is tijdig ingediend en wordt gegrond verklaard.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, maximaal €7.500. Indien nader onderzoek noodzakelijk is en schriftelijk wordt meegedeeld, geldt een termijn van twintig weken. Verweerder is veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €437,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen bij overschrijding.