ECLI:NL:RBDHA:2024:12979
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 11 januari 2024. Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank behandelde het beroep op 28 maart 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Op 12 maart 2024 berichtte verweerder dat eiser Nederland had verlaten en zich in administratieve hechtenis in Frankrijk bevond. De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact meer met eiser te hebben.
Volgens vaste rechtspraak wordt van een vreemdeling verwacht dat hij in Nederland verblijft en contact onderhoudt met zijn gemachtigde gedurende de procedure. Nu eiser niet in Nederland verblijft en geen contact onderhoudt, oordeelt de rechtbank dat er geen procesbelang meer bestaat bij het voeren van de procedure.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet zij geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.